vrijdag 11 maart 2011

Gedane dromen kennen geen keer

Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad
staan wetten in de weg en praktische bezwaren,
en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.


UIT: Het huwelijk van Willem Elsschot

‘Don’t dream your life, live your dream’, dat is de boodschap die prijkt op het magneetbord van mijn zusje. De meeste dromen die ‘s nachts tot mij komen - als ik ze al kan onthouden - zijn behoorlijk problematisch om in realiteit om te zetten, laat staan soms onmogelijk en in ieder geval onlogisch. En verwenselijkte nachtmerries zijn al helemaal onwenselijk. Maar we hebben het hier natuurlijk om een ander soort dromen, een bewust dromen, idealen, toekomstplannen, hoe klein of hoe onbeduidend ook. Moreel en ethisch geaccepteerd natuurlijk, die vervelende schoonmoeder in haar eigen oven stoppen en hamburgers van haar eigen deeg fabriceren, daar staan inderdaad wetten in de weg (en anders krijg je daar iets verder op de weg mee te maken) en een aantal praktische bezwaren (Maar lieverd, wat heb je met m’n moeder gedaan!?!). Alleen die weemoedigheid, dat weet ik nog zonet niet. In sprookjes bespeur ik vaak ook weinig weemoedigheid.

Ik stap de bus uit en loop naar het station. Er staat een vrachtwagen die de ene ingang blokkeert, vervolgens zie ik een politieauto staan, en de andere ingang is afgesloten met een lint. Vreemd, maar de wereld vergaat niet. Dan dus maar de tram naar Holland Spoor. Op m’n iPhone bekijk ik snel even de storingen. En inderdaad, wegens een aanrijding met een persoon minder treinen tussen Delft en Den Haag. Ook de afwezigheid van dromen kan dus een daad tot gevolg hebben. In dit geval een daad die te definitief is, niet meer terug te draaien. En dat bevestigt het bericht van de ns ook, alleen dan op een ietwat onpersoonlijke toon.

Als je echt helemaal geen dromen hebt, zou je volgens mij inderdaad heel weinig doen. Dan hoefden we die nieuwe, blitse, benzine-slurpende vierwieler niet, dan zou niemand ooit maar overwegen om te gaan studeren, dan zouden we de liefde al opgeven bij de eerste scheur, de eerste barst in ons hart. Dan zouden we het leven misschien wel opgeven. Maar misschien verheffen sommigen de droom boven het leven zelf, staat de droom daar helemaal los van. Gaan de dromen hun eigen leven leiden. Maar die loskoppeling, dat is waar het fout gaat, om wat voor reden dan ook. Want wat is het leven zonder dromen? Allemaal hebben we een idee over hoe ons leven eruit zou moeten zien en ook dat beeld is een droom. We moeten onszelf alleen een keer gaan vertellen dat dat soort dromen geen bedrog hoeven te zijn. Dat we niet in onze droomwereld hoeven te blijven leven.

Een vriendin van me heeft wel eens gezegd dat ze theater-regisseuse wil worden, maar werkt elke dag bij het pompstation. Met haar vervolgstudie - psychologie - is ze al jaren geleden gestopt, maar de huur moet betaald, dus is er werk aan de winkel. Of niet natuurlijk, want er moet ook veel worden gefeest natuurlijk, of ze nu de bob is of niet. Haar eigen leven regisseren, ho maar, laat staan een theaterstuk. Tijd of zin om iets te plannen of zich op tijd op te geven voor een auditie, opleiding, of weet ik veel, gunt ze zichzelf niet. Wel kijkt ze met veel plezier voor de 23e keer de DVD van Buffy the Vampire Slayer, of voor de 12e keer die ene aflevering van Prison Break. Nee, dat biedt toekomstperspectieven.

Het probleem schuilt misschien in het pluk-de-dag-principe. Wie alleen in het moment leeft, gisteren alweer vergeten is en aan morgen niet wil denken, heeft geen dromen. Geen toekomstdromen in ieder geval, geen droom anders dan die dag gelukkig te beëindigen.  Geen wil om de droom tot uitvoer te brengen. Carpe diem. Nou, wie echt iets wil bereiken in het leven, in de liefde, kan niet altijd de dag of de bankrekening leegplukken. Om een droom te verwezenlijken, moet je vaak iets opgeven, iets opofferen. It’s a game of give and take en dat is niet altijd een lolletje. En ook geen lolly. Voor een goed betaalde carrière moet je (in de meeste gevallen helaas) studeren, en daarbij mag de balans met studie-ontwijkend - of zoals ik laatst hoorde: studie-vervangend! - gedrag niet al te ver doorslaan. In de liefde moet je wel eens een compromis sluiten. Als je een droom najaagt, is de jacht heus niet altijd leuk en grappig en gelukkig. Het resultaat, daar gaat hem om, en wat je leert tijdens het jagen. Misschien zie je wel iets wat je liever wil, of is die eerste droom toch minder aantrekkelijk en kom je een tweede tegen.

Orpheus gaat letterlijk door een hel om zijn geliefde Euridice terug te krijgen. Voor deze ene mythe mag het, en Euridice volgt hem op de voet op weg naar de uitgang van de onderwereld. Maar Orpheus mag niet omkijken, om zich ervan te verzekeren dat zijn gestorven geliefde hem nog wel volgt. Wie weet er eigenlijk níét hoe dat afliep?

Steeds omkijken is geen pretje. Vaak zijn het de nare ervaringen die zich steeds maar in dat dromenland van het brein worden herhaald, en diezelfde nare ervaringen kunnen met gemak weer op ons spreekwoordelijke levenspad komen. Arthur Japin beschrijft het zoals gewoonlijk weer heel mooi: Gek dat het [geluk] op het geheugen zoveel minder indruk maakt dan ellende. Elke nare ervaring, elk vervelende verhaal dat je van iemand hoort, elke griezelige film die je kijkt draagt bij aan die steeds groeiende lijst met bezwaren om iets wél na te jagen. En hoe rationeler je denkt, hoe meer scenario’s je kan bedenken waarin die ik-figuur van jouw verhaal met veel hart- en kleerscheuren, tranen en een nieuwe lading nachtmerries de laatste bladzijde afwandelt. Zelf denk ik vaak rationeel, en dat gekoppeld aan een dagelijkse portie fantasie, schotelt me vaak een wat al te sombere, om niet te zeggen lugubere diner-kaart voor.

Alweer een omleiding. Houdt het dan nooit op, hier in Den Haag, vraag ik me af, of überhaupt op de Nederlandse wegen. Is het begin van de weg net weer opengegaan, staat er halverwege of aan het eind natuurlijk weer een wegopbreking. Perfectie bestaat blijkbaar niet, misschien alleen in dromen, en zelfs daar niet altijd. Maar obstakels en uitdagingen houden de automobilist alert. Altijd maar weer in één keer zonder problemen op je eindbestemming komen wordt soms ook een sleur. Maar altijd met omwegen of helemaal niet op je eindbestemming komen, tsja, ook dat wordt een sleur.

Te veel of te weinig rekening houden met de consequenties van uitgevoerde of gedroomde daden, schrijver dezes zal vast een middenweg aanbieden, ik hoor het u almanakwurmen al denken. Maar het leven komt niet met een handleiding of een gebruiksaanwijzing, hoogstens met instincten en andere gevoelens. Met zelf opgebouwde muren en barrières, maar ook met wegen die er zo aanlokkelijk en normaal uitzien dat we zelfs daarvoor terugdeinzen. Een weg zonder obstakels, dat is onmogelijk. De enige wet die echt in de weg staat is de wet van de onzekerheid. Alle mensen zijn onzeker, zeker over dingen die zij voor het eerst doen, de dingen die nieuw en onbekend zijn, maar ook onzeker over die dingen die ooit al eens mislukten. Iedereen is onzeker, al weten sommigen dat met veel verve en afleidingsmanoeuvres te verbergen. Het enige praktische bezwaar is dat je iets in de praktijk moet brengen, en dat er dan in de meeste gevallen geen weg terug meer is. En de enige weemoedigheid - dat onherkenbare hoopje kleur dat langs de weg op een bankje zit te treuren - is dat beetje conservatisme en anders dat beetje nostalgie wat iedereen wel heeft. Het is goed en veilig zoals het is, of zoals het was. Vroeger was alles beter, alle verandering is verloedering. De link met taalverandering zal ik maar niet leggen, al heb ik dat bij deze toch stiekem en tot ieders ergernis gedaan.

Tussen droom en daad staan angsten in de weg, en financiële bezwaren, en ook verlegenheid, die niemand kan verklaren, en die uitblijft als men ‘s avonds de afwas staat te doen, playbackend en uitbundig dansend op de liedjes die weerklinken uit de boxen van de radio, als er niemand in de buurt is die het kan zien.
 

Als iets echt goed voelt, als iets echt veel voor je betekent, waarom zou je er dan niet voor gaan? Waarom denken we toch altijd dat die boodschappenlijstjes met bezwaren sterker wegen dan die paar redenen om het juist wel te doen? Ja, soms staat er inderdaad wat op het spel, maar er is in de meeste gevallen veel meer te winnen. Er is meer te winnen met rennen naar datgene wat er misschien wel, misschien niet op ons pad ligt dan met wachten tot er iets leuks op ons pad komt. Soms moet je weten wat je wil, ook al moet je daar soms lang over nadenken, en het lot een handje helpen. Het lot hoeft niet als een verrassing te komen, het leven is wat je er zelf van maakt; jij bent niet wat het leven ervan maakt.

Susan Boyle begon haar wereldfaam letterlijk en figuurlijk met een droom. Ze zong niet alleen I dreamed a dream, maar droomde ook een droom. Een droom die misschien niet voor haar was weggelegd. Ze besefte dat die kleding, dat grijze modelloze kapsel en haar leeftijd haar niet meteen favoriet maakte bij het publiek en de jury van Brittain's got talent, en het kon haar niets schelen. Niets had ze te verliezen. Kort daarvoor had ze haar moeder verloren, die haar had aangespoord om mee te doen, wat Susan zelf altijd had geweigerd vanwege de nadruk op uiterlijk bij dat soort programma’s. Maar nu deed ze het voor haar moeder. Dat was haar droom: haar moeder een eerbetoon geven. Dat ze kon zingen, was wel duidelijk. Ook al had ze toen nog geen make-over gehad, en heeft ze tijdens haar bevalling een tijdje zonder zuurstof gezeten (en is dat waarschijnlijk de reden waarom ze leerproblemen had en voor 'Simpele Susie' werd uitgemaakt), ze haalde de finale, ze maakte de cd, ze gaf haar moeder dat eerbetoon. Een droom dromen is soms alle inspiratie die je nodig hebt om een droom te verwezenlijken. Ook al woont ze nu nog in het huis van haar ouders met haar kat Pebbles, haar eerbetoon is er.

‘Vraag en u zult krijgen; zoek en u zult vinden; klop en er zal voor u worden opengedaan.’  Dat staat in Mattheus 7, vers 7, en dat kwam ik stomtoevallig tegen toen ik hiermee bezig was. 'Droom en gij zult doen' staat er dan nog net niet bij, maar wie echt iets wil, wie echt een droombeeld voor ogen heeft, daar staat niets in de weg. Geen wetten, geen praktische bezwaren, geen weemoedigheid. De weg is soms lang, de droom moet soms worden omgebouwd in concrete stappen, maar hij is bereikbaar. Daarom is zo'n simpele huisvrouw zo populair, omdat zij ons laat zien dat onze dromen er niet voor niets zijn. Het is niet alleen voor anderen weggelegd, ook voor ‘normale’ mensen, zoals wij zelf. Haar droom en haar doorzettingsvermogen inspireren ons, en anderen.

Ik ben in de gelukkige positie dat ik al aan vele voorstellingen heb meegedaan, vaak met honderd of meer mensen. Hoe goed een voorstelling is hangt niet in de eerste plaats af van wat er op het podium gebeurt, of hoe het publiek reageert. Het gaat om de concentratie, en dan vooral de concentratie achter de schermen. Is het daar rommelig, dan is de voorstelling zelf rommelig. Concentreert iedereen zich met alle macht op de voorstelling, dan gebeurt er iets fantastisch. Dan telt alleen wat er op het podium gebeurt. Het publiek merkt het vast en zeker onbewust, maar ze kunnen het niet benoemen, want het kan meestal geen voorstellingen vergelijken. Er bestaat geen publiek, geen achter de schermen, alleen het podium telt.

Alle zelfhulpboekjes propageren het: bewustzijn. Uitzoeken en weten wat je wil. Geloven in jezelf. Je daarop concentreren. Er zijn tegenwoordig vooraanstaande wetenschappers die zeggen dat zelfs een gedachte invloed heeft op de wereld. Kijk of lees What the Bleep do we know er maar op na. Of The Secret. Je iets visualiseren, zonder daarbij te denken: dat lukt mij toch niet. Daarmee heb je dat eigenlijk al gedaan, en anders ben je er al vele stappen dichterbij. Logisch, gedachten staan aan de wieg van daden. Zonder de gedachte, zonder de droom: geen actie, hoogstens instinctief zoals de baby die huilt bij de eerste hap lucht, of de hond die zijn blaas leegt omdat dat nu eenmaal lekkerder loopt. Maar wat die boeken suggereren is dat er eigenlijk niets tussen droom en daad in staat, hoogstens een vertrouwen en geloof in je eigen vermogen en je eigen geluk. Dromen kan geen kwaad, maar je moet natuurlijk ook echt willen dat die droom werkelijkheid wordt. Een droom die je droomt om de droom, dat heeft geen zin. Je moet je verlangens mogelijk dromen. En zoals die boeken zeggen: gedroomde daden kennen geen keer.

Er zijn veel dromen waarvan ik spijt heb dat ik ze nooit heb nagejaagd. Soms zijn ze onverwacht uitgekomen, vaker niet. Ik kijk echter niet om met weemoed, maar ik kijk vooruit met in mijn achterhoofd wat ik beter kan doen. Vaak hebben we meer spijt van de dingen die we nagelaten hebben te doen, dan de dingen die we daadwerkelijk gedaan hebben. Nu vraag ik me steeds vaker af: heb ik over tien jaar spijt dat ik dit niet heb durven dromen? Dat ik mezelf dat geluk niet gun?

Ik weet niet precies wat er bij mij tussen droom en daad stond al die keren, en in die enkele gevallen dat ik het wel weet, hou ik dat gewoon voor mezelf. Misschien had ik op deze bladzijden uit moeten zoeken wat er bij mij in de weg stond, had ik wat gezonde, veilige zelfcensuur moeten doorbreken. Maar daar droom ik al helemaal niet van, laat staan dat ik dat hier in een daad in woorden had aangeboden. Eenieder moet maar bij zichzelf te rade gaan wat hun droom is, en wat hen verhindert om die droom na te jagen. Maar dat we moeten blijven dromen, dat staat vast. We hebben uitdagingen nodig in het leven, we hebben een toekomstbeeld nodig waar we naartoe willen werken. Onze dromen zijn de motivatie van ons leven, misschien wel de zin van ons leven. ‘I have a dream’ zijn niet voor niets legendarische woorden. ‘The American dream’ zou allang afgeschaft zijn als dat ideaal, die aspiratie niet was omgezet in daden. Dromen zijn overal om ons heen, maar tastbaar worden ze pas als we er iets mee doen. Als we ze uitspreken, als we ze met heel ons hart, vol hartstocht en plezier najagen. Ook als het lijkt of de hele wereld je tegenzit. Misschien moet je er dan juist iets mee doen. Wie al bij voorbaat zegt dat die droom niet voor hem of haar is weggelegd, dat die droom niet tot leven gekust hoeft te worden, beperkt zichzelf. Dromen laten ons boven onszelf uitstijgen, zorgen ervoor dat we onszelf gaan ontwikkelen in de richting waarin we ons willen ontwikkelen. Misschien moeten we eerst maar weer eens oprecht gaan dromen, en ons niet te veel bezig houden met waarom er niets gebeurt, waarom we geen actie ondernemen. Dromen inspireren ons tot daden. Dat is het enige wat er tussen droom en daad zou moeten bestaan: inspiratie. Dus droom je stoutste dromen, want eenmaal gedane dromen, die kennen geen keer.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten