donderdag 10 februari 2011

Moedeloze literatuur

Wat heeft het allemaal nog voor zin, dit leven? Een gevoel dat al bestaat zolang de mens bestaat, in ieder geval de schrijvende mens. Met Prediker als misschien wel het meest tekenende voorbeeld. Alles is lucht en ledigheid. Als depressiviteit en melancholie zijn voortgekomen uit de literatuur in plaats van uit het leven, zijn de uitspraken van de wijze Prediker de bron.

Zou weemoedigheid vaker voorkomen bij schrijvers, of lijkt dat alleen maar zo? Feit blijft dat een zekere lusteloosheid als motief in verhalen en romans door de tijd heen vaak genoeg is gebruikt. Vooral de romantici hebben er een handje van: spleen, Weltschmerz, Langueur, het kan ze niet treurig genoeg zijn. Ze lijken het heerlijk te vinden helemaal op te gaan in die emotie, en juist dat laatste aspect zorgt ervoor dat ik geen medelijden krijg met Baudelaire, Verlaine en andere dichters van de wachtende zoet-zilte tranen. Ook de verhalen van Edgar Allen Poe hebben er wel iets van weg. Denk maar aan De val van het huis van Usher, waarin zowel huis als familie Usher het einde van het toch al korte verhaal niet halen.

Mischien had Frans Kellendonk met zijn debuut Bouwval (1977), en vooral met het titelverhaal daarin, wel dat vernietigende verhaal van de Engelsman in gedachten. Het heeft in ieder geval dezelfde thematiek van dood, verval en verlangen. Verlangen naar een doel in het leven, vermengd met de teleurstelling dat het leven eigenlijk volkomen doelloos is, en anders deprimerend uitzichtloos. De toekomstdroom van de tien-jarige hoofdpersoon valt meedogenloos in duigen in dit verhaal, dat zich afspeelt op Allerzielen.

Maar Kellendonk heeft in zijn hele oeuvre - het meest in Mystiek lichaam, maar dus ook in zijn debuut - een prangende onderlaag. De moedeloosheid gaat verder dan het persoonlijke. Naast toekomstdromen zijn ook geloof, geworteldheid en (familie)traditie  verworden tot een Bouwval. De maatschappij verindividualiseert zozeer dat we blind worden voor waarde, belang en betekenis van het verleden. Onverschilligheid en daardoor onsamenhangendheid zijn demonen die onze samenleving bedreigen. Het geloof verbond nog, was een constante, maar met de secularisatie is ook dat bijna geheel verdwenen. We are losing track of the greater good, and are more and more motivated by just one thing: personal gain.

Misschien zijn Twitter en facebook het nieuwe geloof, maar dat staat nu nog in de kinderschoenen vergeleken met de al bestaande maar verdwijnende cultuurtradities. Je zou het bijna droevig in gaan zien als je de literatuur moet geloven. Maar wellicht houden we daarom van dat soort literatuur: deels herkennen we het, maar het doet ons ook vaak des te meer waarderen wanneer we het wél goed hebben. Of in het geval van Kellendonk: ons afvragen hoe we ons leven zin kunnen geven. Literatuur mag dan soms zinloosheid tot thema verheffen, zelf zinloos wordt ze voorlopig nog niet.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten