dinsdag 18 januari 2011

Verlaine (2)

Lijsteloosheid, Lusteloosheid

Ik ben het keizerrijk dat spoedig valt door decadentie,
dat passief de passerende blanke Barbaren aanschouwt,
werkend aan lusteloze letterverzen die zijn gebouwd
met gouden stijl, van zonlicht zonder inspiratie.

Smarten die door slinkse sleur de gekluisterde ziel verknoeien.
Men zegt: Daar ergens vechten, voortdurend en bloederig de mensen.
O, om niets te kunnen, zo zwak, zo sloom en loom van wensen,
O, om niet een beetje weelderig in dit bestaan te willen bloeien!

O, om niet het kleinste beetje dood te willen, dood te kunnen gaan!
Ach, alles is gedronken! Bathylle, is jouw lachen uitgestorven?
Ach, alles is gedronken en gegeten! En de woorden zijn bedorven!

Niet meer dan, een net niet voltooid gedicht waarin de vlammen slaan,
Niet meer dan, een net niet onderdanige slaaf die u beslist niet hoeft,
Niet meer dan, een onbestemde melancholie die u bewust bedroeft!


LANGUEUR  

A Georges Courteline.
Je suis l'Empire à la fin de la décadence,
Qui regarde passer les grands Barbares blancs
En composant des acrostiches indolents
D'un style d'or où la langueur du soleil danse.

L'âme seulette a mal au coeur d'un ennui dense.
Là-bas on dit qu'il est de longs combats sanglants.
O n'y pouvoir, étant si faible aux voeux si lents,
O n'y vouloir fleurir un peu de cette existence!

O n'y vouloir, ô n'y pouvoir mourir un peu!
Ah! tout est bu! Bathylle, as-tu fini de rire?
Ah! tout est bu, tout est mangé! Plus rien à dire!

Seul, un poème un peu niais qu'on jette au feu,
Seul, un esclave un peu coureur qui vous néglige,
Seul, un ennui d'on ne sait quoi qui vous afflige!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten