zaterdag 6 juni 2009

Wat zijn we blij met ironie!

Waren de retorici in de oudheid er nog van overtuigd dat zij met redelijke argumenten (en wat inspelen op de emoties, plus het ongemerkt vergroten van hun betrouwbaarheid bij de luisteraars) het publiek voor zich konden winnen, nu zijn we ervan overtuigd dat we door hele andere dingen worden overtuigd dan door de taal die de mensen uitkramen of uit hun toetsenbord laten stromen. Taal is ‘glibberig’, de meeste keuzes die we maken zijn niet bewust en al helemaal niet zorgvuldig afgewogen.
What the fuck is ironie? Joey uit Friends snapt het ook niet helemaal. De aflevering nadat hij Rachel (niet) ten huwelijk heeft gevraagd (de prijsvraag vandaag: hoe heet deze aflevering?), en zich verontschuldigt tegenover Ross, gebruikt hij de zogenaamde aanhalingstekens. Hij zegt ‘Sorry’ terwijl hij zijn handen omhoog houdt, alleen zijn wijs- en middelvinger gestrekt, die hij vervolgens buigt. eerder heeft hij al gezegd dat hij niet weet hoe dat gedoe met die vingers werkt. Even later gebruikt hij het, per ongeluk bijna, goed, om vervolgens weer een keer de mist in te gaan, bij het zeggen van ‘Thank you.’ 
Waarom is dat ironisch? Ironie is iets zogenaamd doen, is doen alsof, is oprecht veinzen, is kopiëren met een knipoog. Iets ‘tussen aanhalingstekens zeggen’ is hetzelfde als iets classificeren als ‘zogenaamd’. Voor jou heet het niet zo, verdient het die naam niet, en dat laat je merken ook, maar er zijn mensen die het wel zo zien. Je laat zien dat je het taalbedrog erkent. Wie ironisch is, zegt: ‘Ik bedoel niet wat ik zeg dat ik bedoel, maar wat ik zeg kan je misschien wel in de goede richting wijzen.’ Je zegt het wel, maar je meent het niet. En juist excuses en bedankjes moet je menen, die kun je niet zogenaamd doen. En al helemaal niet zo expliciet als Joey, die ze overigens eigenlijk wél meent. 
Alleen taal kan ironisch bedoeld zijn, situaties of gebeurtenissen niet. Maar toch gebruiken we de term ironisch voor zoveel andere situaties. Enkele van die situaties of gebeurtenissen bezingt Alanis morissette in Isn’t it ironic. Een brandweerman wiens eigen huis in lichterlaaie komt te staan, die situatie is bijvoorbeeld ook ironisch. De ironie is niet bedoeld, maar kan er wel in ‘ontdekt’ (of is dat hier dan uitgevonden?) worden. Een ander soort, vaak wel bedoelde ironie, is dramatische, gecreëerde ironie: Dat Jan Klaasen niet weet dat de dief achter hem langsloopt, maar het poppenkastpubliek wel, is ironisch, zeker als de beste Jan zich pas omdraait als de dief weer verdwenen is. Of een koorddansende clown, die doet alsof hij niet kan koorddansen. Je moet het wel heel goed kunnen, om te doen alsof je het niet kan, zonder eraf te vallen. We weten wel dat het een spel is, maar we kiezen ervoor te geloven dat die clown elk moment kan vallen. Wie al bij voorbaat ervoor kiest zich niet door het spel mee te laten slepen, zal dus weinig kunnen lachen. 
Waarom is dit een probleem? Nou, dat iemand ironie gebruikt, is niet altijd even duidelijk. En de betekenis daarom ook niet. Niet alles staat tussen aanhalingstekens, en we kunnen niet voortdurend op zoek naar knipogen. We hebben niet altijd door dat er iets gedaan of gezegd wordt, wat niet is wat het op het eerste gezicht lijkt te zijn. We moeten eerst weten dat er iemand iets zegt met een sprankje ironie, en pas als we dat bemerken, kunnen we bedenken wat iemand er precies mee bedoelt. Nu is taal sowieso een vreemd iets, en worden er bij communicatie veel meer fouten gemaakt dan in alle fouten van het nationale dictee bij elkaar opgeteld. Ironie is ‘HET’ voorbeeld (aldus min of meer Peter Verstraten, aanhalingstekens van mij )voor de toestand van de moderne retorica: redelijke argumenten overtuigen niet, zielig doen ook niet, net zo min als uitstraling. De interpretatie van de luisteraar overtuigt, en die kan alle kanten op. We zeggen immers al heel vaak dingen die we niet letterlijk bedoelen, en we bedoelen heel vaak dingen die we dan weer niet letterlijk zeggen. Alles wat je zegt kan voor, maar kan (en zal!) ook tegen je gebruikt worden. Interpreteren is een dagtaak, en we zouden heel wat minder moe van elkaar worden als we dat eens een dagje niet nodig hadden. 
‘Lekker weertje,’ kan ironisch zijn, ten minste, als het regent. En het moet duidelijk zijn dat de spreker niet van die regen houdt. Gelukkig verklaren de meeste mensen de meeste mensen die voor hun plezier in de regen lopen voor gek (of vrij prettig gestoord zoals in Turks Fruit en Ik ook van jou), dus als je ‘lekker weertje’ zegt, je gezicht vertrokken tot een grimas, alsof (zure) regen een heel vies snoepje is, dan weet degene tegen wie je het zegt, heus wel dat je het tegenovergestelde bedoelt. Of je hond het begrijpt als dat je gesprekspartner is, weet ik niet, maar hij zal het ongetwijfeld met je eens zijn. Of houden honden echt van hondenweer? 
Hierboven is het het tegenovergestelde: het is juist geen lekker weer in de ogen van de spreker. Maar ironie is zeker niet alleen het tegenovergestelde van wat je zegt. Wie als hondenbezitter opeens een briefje krijgt met: ‘Zeer hooggeëerde buurman, duizendmaal dank voor het verwijderen van de uitwerpselen van uw viervoeter op de stoep voor mijn huis om 13:52 vandaag’, zal zich uitgebreid achter zijn (of haar) toupetje krabben. Het is toch wel een erg overdreven bedankje. Ironisch misschien? Maar die buur kan toch niet bedoelen dat hij het opruimen van die drollen niet top vindt. Hij is wel dankbaar, maar er zit nog een ondertoon in dit brieffie. Ik denk dat ik ook nog wel eens wat laat liggen, en dattie bedoelt dat ik dat toch maar eens vaker op moet ruimen. Waarom zegt ie dat dannie gewoon! 
Er zijn vele wegen die tot ironie leiden. Er zijn zelfs schrijvers en taalwetenschappers die beweren dat alles ironisch is, maar dan meer in de zin dat we er iets anders mee bedoelen dan wat we letterlijk zeggen. En anders kan alles ironisch zijn. Dussss.... U snapt dat ik veel liever verder ga met leren dan u verder in te wijden rondom de geneugten en valkuilen van de ironie. 
Tot slot nog even, om verwarring te voorkomen, enkele dingen die GEEN ironie zijn: 
-Humor, want hoewel ironie grappig kan zijn, niet elke grap is ironisch. 
-Liegen, want hier willen we juist niet dat de ander doorheeft dat je niet meent wat je zegt 
-Sarcasme, want dit is onmiskenbare, bittere spot, zonder enige ambiguïteit 
-Cynisme, want dat is een onwrikbaar ongeloof in het goede. Ironie lijkt misschien vrijblijvend, maar dat is het alleen maar om de ontvanger tot een keuze te dwingen. Gebruikers van ironie zijn juist begaan met hun onderwerp, al zou je dat, ironisch genoeg, op het eerste gezicht niet zeggen. 
Kopiëren met een knipoog (Al die keren dat je in een sms, hier op hyves, in een mail of tijdens het chatten een knipoog typte, had je dus iets ironisch gezegd...) Iets zeggen wat al veel eerder gezegd is, maar dan met een andere betekenis, in de volle overtuiging dat de ander weet dat je maar doet alsof. Een betekenis die meer zegt, of iets anders, of het tegenovergestelde, of iets ironisch. Als je begrijpt wat ik bedoel. Knipoog ;-)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten