zaterdag 20 september 2008

Logisch

Ons geheugen laat ons wel eens in de steek. Zowel dat van mij als dat van Binjamin Wilkomirski. Ik las Brokstukken een week geleden, met een slaaptekort, dus ik herinner me lang niet alles van het boek. Stukjes en beetjes, net zoals de hoofdpersoon stukjes en beetjes van zijn jeugd herkauwt. 
Wanneer ik een boek lees, gaat het mij om de associaties, de emoties en de gedachten die het bij mij oproept. Wat is het verhaal, waarom dít verhaal, wat betekent het voor mij? Als ik een nieuwsbericht lees, neem ik het aan als informatie. Verontrustende informatie, verdrietige informatie, grappige informatie, hoopgevende informatie, maar verder dan informatie komt het niet. Ligt daar de vage grens tussen feit en fictie: het feit dat (non-)fictie je tot denken aanzet en een krantenbericht niet? Ik heb trouwens ook nog nooit iemand horen zeggen: Kijk, dit is mijn lievelingsartikel! 
Mijn lievelingsboek is Brokstukken evenmin. Het kwam voornamelijk op mij over als een boek van waarnemingen, van zoveel mogelijk objectiviteit en soms ook wel passiviteit. Een effect veroorzaakt door een bewuste stilistische keuze of een toevallige bijkomstigheid? Op wat iemand ziet, ruikt en hoort, kunnen we diegene immers moeilijk aanvallen. Hoogstens op de selectie die iemand gebruikt. Maar smaak en gevoel, daar valt over te twisten. Daar kunnen we het mee oneens zijn. Die zintuigen ontbreken dan ook, samen met een gezond verstand, of wat voor soort van logische redenatie dan ook. Dat kunnen we het jongetje Binjamin echter niet kwalijk nemen. Hij heeft immers al genoeg meegemaakt. 
Waarom de keuze voor een verslag van wat hij heeft meegemaakt, in plaats van hoe hij het heeft meegemaakt? Omdat het oordeel hierdoor meer bij de lezer komt te liggen. De schijn van objectiviteit brengt ons met rede begaafde westerlingen dichter bij acceptatie. 
Ik weet niet waar ik meer moeite mee zou hebben: Niet willen zijn wie je bent of niet mogen zijn wie je bent. Want dat laatste is één van de situaties waarin Binjamin in verzeild is geraakt, als we hem moeten geloven. Wie geen verleden heeft, heeft geen identiteit en de gebeurtenissen uit Binjamins jeugd worden ontkend. Zeggen dat je niet bestaat, dat je geen identiteit hebt; het betekent dat je min of meer een beest bent. Een dier kan ook, maar zelfs als ik een hond een identiteit meegeef in de vorm van een naam, heeft die hond daar niet genoeg besef van. Logisch dat Binjamin zijn jeugd terugbrengt tot de meest basale dingen: beelden, geluiden, geuren en gevoelens van onmacht. Logisch dat hij vergeet hoe zijn broertjes heten, of hij wel een vader en moeder heeft en dat hij niet meer weet wat hij werkelijk dacht. Logisch dat er een afstand is tussen dat jongetje en de schrijver. Hoe kan je liegen over kaaskorsten, afgekloven babyvingers en broodbergen? Dat wat je wilt vergeten, blijft je bij. En dat wat je onthouden wilt, wordt je afgenomen, omdat anderen het niet geloven. 
Als ik tot dat soort waarheden kom door het lezen van zo’n boek, interesseert het me vrij weinig of die waarheid van een tijdelijke, geconstrueerde werkelijkheid komt, of van de wereld om ons heen. 
Toch geloof ik deze getuige, al is het maar op papier. Ik geloof in de mogelijkheid van dit verhaal en de consequenties die deze getuigenis met zich meebrengt. Ik geloof dat de gebeurtenissen belangrijk zijn (geweest) voor de schrijver. Maar waarheidsgetrouw en volledig autobiografisch? 
Elke tekst is standpuntsgebonden. Dat geldt voor journalisten, columnisten, romanschrijvers, wetenschappers, politici, etc. Meestal kijkt een schrijver slechts één richting op, het liefst met oogkleppen op. Het aantal woorden is een andere beperking, laten we zeggen het raampje waardoorheen we kunnen kijken. En zelfs dan kun je niet alles (laten) zien. We kijken door een bril die selecteert, die uitfiltert wat op dat moment relevant is. 
In de gelogen literatuur gaan schrijvers nog een stapje verder. Ze knippen en plakken erop los met de werkelijkheid. Ze leggen verbanden die niemand anders ooit nog legde. Hopen ze. Leugens om bestwil of omwille van het liegen zelf. In een roman mag het, lezers slikken de leugens als zoete koek. Evenals de ‘op waarheid gebaseerde’ verhalen. Maar zodra blijkt dat een boek niet op de juiste wijze ‘gepresenteerd’ is, krijgen diezelfde lezers last van brandend maagzuur. Dan Brown beweerde dat documenten, bouw- en kunstwerken correct waren beschreven in De Da Vinci Code. Slechte publiciteit is ook publiciteit, maar zeg liever niets wat je niet waar kan maken. Of omgekeerd: Een schrijver die een werkelijk door hem gepleegde moord tot boek heeft verwerkt. Iedereen die Amok van Krystian Bala gelezen heeft, zal ook wel vreemd hebben opgekeken toen dat bekend werd. Al zijn er misschien ook genoeg mensen die daardoor het boek zijn gaan lezen. 
Een geschiedenis, gegoten in de vorm van een roman. Gepresenteerd als autobiografisch. Mijn gevoel zegt geloofwaardig, maar mijn verstand zegt: te logisch. Het be-schrijft vast hoe Wilkomirski zijn jeugd ziet, niet hoe die geweest is. Maar is dat uit het boek zelf te halen (of baseer ik me hier op een artikel van Merckelbach...)? 
Er zit een structuur in die de lezer dwingt te komen tot een eigen interpretatie van de tekst. Feiten kunnen – mits goed geformuleerd – slechts op één manier geïnterpreteerd worden. Verhalen nooit, en gelukkig maar. 
Een roman dus. Een getuigenverslag van een mogelijkheid. Een geschiedenis die mij in ieder geval langer bezig houdt dan de tijd dat het boek open voor mijn neus lag. Een verhaal wat ik nog moet interpreteren. Want een uitgesproken oordeel, visie of conclusie ontbreekt in het boek. In teksten die ik autobiografisch noem, zijn die wel expliciet aanwezig en worden ze bijna opgedrongen. Hier is die beleving impliciet. En dat is, zeker als het van definities afhangt, logisch.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten