zondag 22 augustus 2010

Genoeg?

Waarom moet alles tegenwoordig spectaculair, onthullend, spannend? Waarom mag het niet eens saai? Hebben mensen dan geen geduld meer tegenwoordig? Is het zo erg met onze concentratieboog gesteld dat we constant geboeid moeten worden? Constant actie in de tent? Mag het niet meer knus, kneuterig, oubollig, en weet ik veel wat nog meer? Moet het allemaal zo over-the-top, zo abnormaal?
Hoe kom ik hierop? Ik denk aan de kritiek op Zomergasten. Misschien is het programma niet meer van deze tijd, maar iedereen die kritiek heeft, kijkt er blijkbaar toch naar, heeft er verwachtingen van. Steeds worden ze weer teleurgesteld in die verwachtingen, en toch blijven ze kijken. Drie uur tv-fragmenten, zwart-wit-jeugdsentimenten, youtube-arrangementen en allerlei acteertalenten. Dit jaar aan elkaar gepraat door Jelle Brandt Corstius. Een goeie journalist, misschien geen kop voor tv, misschien nog niet, maar waar praten we over? Laten we door uiterlijk en door de uitdrukkingen op het gezicht van deze onzekere programmamaker onze sympathie bepalen? Zijn we zo verwend? Mag het zowel op tv als in de politiek weer eens om de inhoud gaan, in plaats van om imago? Om individuele fascinaties in plaats van kijkcijfers en peilingen? Om positieve opbouw in plaats van om afbraak en aanval?
Zo, dat moest ik even kwijt. Nu dat uit mijn systeem is het volgende. Er is een rode draad in deze afleveringen van Zomergasten, wat mij betreft wel. Jelle heeft het al een paar keer gehad over dat het blijkbaar niet mag dat de mensen het fijn vinden om alleen te zijn, tijd voor jezelf te hebben, 'alleente' zoals Paulien Cornelisse het noemde. Niet eenzaam, je moet wel iemand in de buurt hebben om af en toe wat te knuffelen, maar gewoon niet al te sociaal gewild doen, dat wordt niet op prijs gesteld. Alles moet altijd samen. Zijn we daar niet ook in verwend?
Wie de wanhoop nabij is wat relaties betreft, wie even de hoop laat varen ooit nog samen te zijn, hoor is wel eens roepen: Ik ga het klooster in! Net als uitspraken aangaande stoppen met nicotine, of alcohol, neem ik uitspraken aangaande het 'voorgoed' afscheid nemen van de andere sekse zelden serieus, en dat is misschien maar goed ook. Het is echter juist in de wereld van de geestelijkheid dat het 'vita solitaria' - het leven van de kluizenaar - volledig geaccepteerd werd en hopelijk nog wel wordt. Al was je dan 'samen' met God, door de eeuwen heen zijn er meerdere voorbeelden van zonderlingen die zich afzonderden van de rest van de wereld, soms met een verbluffend resultaat. Zo schijnt de Codex Gigas - een letterlijk en figuurlijk gigantisch manuscript uit de 13e eeuw dat ook wel de duivelsbijbel wordt genoemd - het werk te zijn van één eenzame monnik. Grote denkers waren vaak gesteld op hun afsluiting voor de wereld van socialiteiten.
Genoeg hebben aan jezelf: ik las de afgelopen dagen twee dingen die er iets mee te maken hadden. De eerste was een interview met Carice. Nee, ik kan het inderdaad WEER niet laten om over mevrouw van Houten te beginnen... Zoals ik eerder al voorspelde voelt ze de klok inderdaad tikken: ze wil een man en een kind. Eén van de meest begeerde vrouwen van onze 'Low Lands' die niet aan de man kan komen, hoe is dit mogelijk? Idee voor de Avro: Carice zoekt man! Het artikel deed me afdwalen, deed me afvragen: Als iedereen je kent, hoe kun je dan nog intiem zijn? Durf je de dreiging van het leven wel aan als je zo vertrouwd bent met de veilige wereld van film en theater - waar rollen van zowel spelers als crew vaststaan en zowel script als draaiboek weinig ruimte overlaten voor het leven dat niet tot de fictie behoort? Kun je nog wel jezelf zijn als je altijd een rol speelt? Maar daar sprak het AD-artikel verder niet over. Het eindigde met de mededeling dat Carice graag met vrienden was, maar dat de mensen ook moesten respecteren dat ze er ook van geniet om even in haar eigen 'cocon' te zijn. Wederom: herkenning. Niet voor niets staat er op mijn bureau een lijstje met de tekst: Ik weet dat ik in mijn eigen wereld leef, dat geeft niet, ze kennen me daar.
Het andere was 'toevalligerwijs' een boek. Thomas Rosenboom heeft het in Zoete mond over die spanning tussen eenzaamheid en gezelschap. (En ook over roem en jaloezie, onbaatzuchtigheid en egoïsme, afstand en intimiteit, pikzwarte depressies en stralendwitte hoop in de vorm van een walvis, en nog veel meer, maar dat alles terzijde.) Een lijvig boek, waarin wat mij betreft het nodige geschrapt had kunnen worden, maar desondanks op momenten zeer de moeite waard. Zo zegt oud-huisgenoot Marc tegen hoofdpersoon en dierenarts Rebert van Buyten, over hun studententijd: 'Kijk, ik ga dood zonder gezelschap, ik kan niet zonder oppervlakkigheid [...] maar [...] jij hoefde niet zo nodig uit, je zat elke avond op je kamer, je had genoeg aan jezelf - dat geklets in de kroeg was toch niks voor jou?' Misschien heeft Marc gelijk en is het kroegerig bestaan niets voor Rebert, maar dat betekent niet dat hij naar dat kroegtijgeren verlangde, met al zijn fantasie.
In dat opzicht lijkt hij, met alle mensen die genoeg lijken te hebben aan zichzelf, wel wat op konijnen. Over die dieren wordt verteld: 'dat heel hun leven bepaald werd door angst, omdat ze prooidieren waren; dat je ze iets te doen moest geven, al was het maar de mogelijkheid zich te verschuilen; en dat het sociale dieren waren met een grote behoefte aan aandacht en liefst ook aanraking: keek er niemand naar ze om, dan kwijnden ze weg in hun hok en waren ze binnen drie jaar dood, anders konden ze wel negen worden, van geluk.'
In zekere zin zijn we allemaal konijnen: onze levens worden bepaald door zowel angst als aandacht. We hebben het recht om alleen te zijn, maar daarmee conflicteert de behoefte om aangeraakt te worden - het liefst door die ene ander, met die warme huid waarvan de geur je zelfs in je dromen bijblijft, maar met een aanraking van de geest zijn velen ook al blij: de kennis dat iemand aan je denkt is soms al genoeg. De één zal ongetwijfeld meer behoefte hebben aan alleenschap dan een ander, maar wie heeft het in zijn hoofd gehaald dat gezelschap het grootste goed moet zijn, het ideaalbeeld, het beeld van alle reclame?
Respect voor de wens om alleen gelaten te worden kan ook te ver doorschieten. Zo was er niet al te lang geleden de man die al jaren dood bij zijn broers en zussen op de zolderverdieping lag. Vreemd maar waar. Soms mag je best alleen willen zijn, maar dat geeft je niet het recht je dierbaren buiten de deur te houden, en het geeft ook die dierbaren niet het recht jou te vergeten. Soms heb je even genoeg van al het bruisende leven om je heen, maar je kan ook genoeg alleen zijn geweest. En nu vind ik het ook genoeg geweest...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten