vrijdag 25 juni 2010

Littekens van pijn

Nadine kijkt met nog grotere ogen dan normaal naar de onderarm van Lotte en daarna naar Lotte zelf. 

Wat is dit? Waar komt dit door? Nadine zegt het op een toon alsof ze heel goed weet wat het is. Alsof ze heel goed weet waar het door komt. Lotte weet het zelf ook heel goed wat het is. Maar mensen zagen het nooit. Ze keken wel, maar ze zagen niets. En als ze het wel zagen, begonnen ze er niet over. Uit respect, uit angst, uit onwetendheid, ze wist het niet. Ze weet het nog steeds niet.

Ze denkt aan haar ex. Haar ex die heel aandachtig haar littekens streelde, maar er verder nooit over begon. Hij had alleen haar littekens lief, dat dacht ze toen wel eens. Dat was ook de reden dat ze het uitgemaakt had. En toen waren er nog een paar krassen bijgekomen.

Waarom heb je niks gezegd?

Zo zal iedereen wel reageren, iedereen die althans de moeite neemt om te reageren. Iedereen die het waard genoeg vindt om te reageren. Ja, als je ergens mee zit, moet je erover praten, dan moet je het niet voor jezelf houden. Zo ziet de Westerse, Freudiaanse, ultra-sociale samenleving eruit. Mensen voelen zich tekort gedaan als er over zulke dingen niet gepraat wordt. Over sommige dingen kan je niet praten, sommige dingen gaan beter als ze ongenoemd voorbijgaan. Waarover de mens niet spreken kan, daarover zal hij moeten zwijgen. Maar met Nadine is dat lastig. Nadine is altijd bezorgd. Die vraagt altijd hoe het met iemand gaat, maar niet zoals de mensen dat normaal gesproken vragen. Andere mensen vragen het altijd bijna ongemeend, alsof ze geen serieus antwoord verwachten. Maar als Nadine het vraagt, vraagt ze het met nadruk, met aandacht, met gemeende interesse. En dan kijkt ze je indringend aan, met die bambi-ogen, alsof je je hart bij haar kan uitstorten. Als Nadine het vraagt, heeft Lotte altijd het gevoel dat ze niet het sociaal gewenste antwoord hoeft te geven, al doet ze dat soms ook wel. Dan zegt ze dat het goed gaat, terwijl dat niet zo is. En dan vraagt Nadine het nog een keer, met nog meer nadruk, en dan verzekert Lotte haar dat het echt goed gaat.

Lotte heeft wel eens gedacht dat Nadine dat altijd vroeg omdat zij wilde dat iemand dat eens serieus aan haar vroeg. Dat Nadine zelf haar hart uit wilde storten. Maar ze vergeet het altijd te vragen.

Weet niet. Het stelt niet veel voor.

Het stelt niet veel voor?! 

Nee, het stelde inderdaad niet veel voor, vindt Lotte. Het was gewoon vaak chaos in haar hoofd. Bijna als een druk verjaardagfeestje, met veel en harde muziek en veel te veel gesprekken, veel te veel taart. Allemaal gedachten die Opzij, opzij, opzij van Herman van Veen zongen. Er liep steeds weer een andere gedachte voorop in de polonaise. En soms werd die chaos haar dan te veel. Soms waren de gasten op dat verjaardagspartijtje gemeen. Soms waren er gasten die te veel hadden gedronken en niet goed tegen drank konden. Soms deden de feestgangers haar pijn, van binnen. Ze stonden in de rij om haar pijn te doen. 

En als het haar dan te veel werd, dan zocht ze naar iets scherps. Ze wilde niet dat iets anders haar pijn deed, van binnen uit, ze wilde het zelf doen, van buitenaf. Want dat maakte haar rustig, het kalmeerde haar, want de vervelende ooms en tantes, de verre onbekende kennissen gingen dan weer naar huis. Ze bestond, ze had eindelijk controle over die ongewenste gedachten. De pijn in haar arm was de politie die de ruziezoekers rond of voor sluitingstijd naar huis stuurde. En het voelde niet als pijn, het voelde als een verlichting. Want de pijn van haar ziel stelde dan niet zoveel meer voor.

Ze dacht niet eens aan andere plekken, plekken die beter te camoufleren waren. Ze droeg gewoon een tijdje iets met lange mouwen, tot het iets minder opviel. En dan trok ze weer iets met korte mouwen aan, want het viel toch niemand op. Misschien trok ze wel zo snel weer korte mouwen aan omdat ze onbewust wilde dat iemand het opviel. Omdat ze wilde dat iemand er aandacht aan besteedde. Omdat ze de aandacht wilde trekken. De littekens trokken soms, heel soms de aandacht. Maar ze trokken dan vaak ook een vreemd stilzwijgen aan. 

Lotte weet niet of ze blij is met het zwijgen. Ze weet ook niet of ze blij is dat Nadine er wél over begint. Misschien hangt het van de persoon af. Van Nadine weet ze al dat zij om haar geeft. Nadine had ook mogen zwijgen, met een blik had ze kunnen laten weten dat ze het begrijpt, dat Lotte erover mag praten als zij er zelf aan toe is. Maar van veel van de mensen die gezien en gezwegen hebben, wil ze weten of ze iets om haar geven of niet. En hun zwijgen voelt voor haar als een afwijzing. Misschien heeft ze ongelijk, en dat zegt ze ook steeds tegen zichzelf, maar het gevoel gaat niet weg. 

Natuurlijk stelt het wat voor! Je beschadigt jezelf! Automutilatie! Ik begrijp gewoon niet hoe iemand dat bij zichzelf kan doen. En ik verwacht het van jou ook niet! Dit doet mij gewoon pijn, om dit bij jou te zien. Voor jou kan het dan niks voorstellen, met mij doet het een heleboel!

Lotte moet slikken. Ze weet niet goed hoe ze hierop moet reageren. Nadine zal het waarschijnlijk niet eens begrijpen, als ze het aan haar uit zou leggen. Lotte zelf begrijpt het niet eens helemaal. Ze weet dat ze zichzelf beschadigt. Maar zo voelt het niet.

Het wordt al minder, zegt ze zacht. Ik wil ook stoppen. Het lukt alleen niet altijd.

Maar kom dan naar iemand toe! Praat erover!

Ja, ze wil dat dat makkelijker zou zijn. Naar iemand toekomen. Maar ze kan niet iedereen vertrouwen. Wie kan ze meer vertrouwen dan die pijn? Alleen die pijn, die in vergelijking met die andere pijn niets voorstelt, alleen die pijn kan ze vertrouwen. Die pijn is van haarzelf. Daar kan en mag niemand aankomen. 

En ook anderen doen haar pijn, doen haar binnenste van buitenaf pijn, zonder dat ze het merken. Door wat ze doen, of door wat ze niet doen. Door wat ze zeggen of door hoe ze zwijgen. Ze zou wel willen zeggen: het doet me pijn als je zo doet. Net zoals Nadine dat net tegen haar zei. Maar het lukt haar niet om dat te zeggen. Dan zouden ze zich misschien bewuster worden van wat ze doen en laten, en wat voor effect dan op haar en anderen heeft. Maar ze durft het niet te zeggen.

Ze vraagt zich iets af, wat ze zich wel vaker afvraagt. Hoe zou het zijn als iedereen de littekens van de ziel op zijn of haar huid droeg, zo duidelijk in die huid gegrift als tatouages? Zou dat makkelijker zijn? Zou het dan nog wel de moeite zijn om iemand beter te leren kennen? Zou iedereen dan evenveel littekens hebben?

Dat zegt ze tegen Nadine, over de littekens als tatouages, de onzichtbare tranen van de ziel omgezet in zichtbare, eeuwige inkt. Nadine knikt alsof ze het begrijpt, maar Lotte denkt dat ze alleen maar doet alsof.

Maar een ziel heeft toch niet alleen maar littekens? zegt Nadine. Die ziel van jou heeft toch ook mooie kanten? Je kan je huid toch veel beter versieren in plaats van beschadigen?

Ja, misschien moest ze eens andere vrienden uitnodigen voor de feestjes in haar geest. Betrouwbare vrienden. De ongenode gasten zouden toch wel komen, maar die andere, die nieuwe vrienden konden hen dan misschien sneller de deur uit zetten. Een mooi idee, maar het leek wel erg makkelijk gedacht. Gevoelens kon je niet uitnodigen, en ook positieve gedachten kwamen niet op commando langs. Maar toch. Een mooi idee.

Ze weet niet meer wat ze moet zeggen. Een omhelzing is alles waar ze nu behoefte aan heeft. Nadine weet het zonder dat Lotte ook maar een woord spreekt en slaat haar armen stevig om haar heen. En Lotte vraagt zich met vochtige ogen af of een omhelzing ook een versiering voor haar huid is.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten