maandag 5 april 2010

In-één-adem-uit-verhalen van een dandy

Een vreemde eend in de bijt. Zo moet Johannes - of gewoonweg Jan - Kneppelhout (1814-1885) door veel mensen in de negentiende eeuw zijn getypeerd. Geboren in Leiden, maar vaak gekleed in de laatste Parijse mode; een belezen schrijver, maar niet omdat hij ergens zijn brood mee moest verdienen; bekend met de crème de la crème van schrijvend Nederland, maar ook een helpende hand voor aanstormend of nog onontdekt talent. Waar literaire vrienden na hun studententijd bijna noodgedwongen weer brave burgers werden, kon Kneppelhout het zich permitteren een dandy en een buitenbeentje te blijven. Hij was een kind van rijke ouders, en sprak en las waarschijnlijk daarom ook Frans. Bovendien vertaalde verschillende Franstalige werken naar het Nederlands, zijn eerste werken daarentegen waren weer voornamelijk Franstalig. Hij was en is vooral bekend om zijn Studententypen, dat hij schreef onder het pseudoniem Klikspaan. Zijn studie heeft hij nooit afgemaakt, maar wel kon hij door zijn ervaringen in het studentenleven humoristisch doch vlijmscherp een aantal herkenbare karakters te kijk zetten.
Veel minder bekend of populair zijn helaas de korte verhalen die hij in het Nederlands schreef. Zes van die verhalen zijn uitgegeven door Mathijsen in Waanzinnig Truken en andere verhalen. De verhalen staan niet op de volgorde waarin Kneppelhout ze geschreven heeft – een periode van vele jaren – maar dat is ook niet van belang. Elk verhaal staat uiteraard op zichzelf en heeft een eigen waarde. Vaak draait het om slechts één persoon en staat de lezer een onverwacht einde te wachten. Het zijn romantische verhalen over vluchten, verlangens en gevoelens, maar daarnaast hebben ze een zeer realistische verteltrant. De beschrijvingen zijn bijna van deze tijd en de dialogen zijn levendig en ongekunsteld.
Wat de verhalen verder gemeen hebben, is dat ze indirect ook veel over de schrijver zelf vertellen. Het eerste verhaal (over de afkeer van de begeerte, vernietiging en de moordzuchtigheid die het dobbelspel met zich meebrengt) misschien nog het minst. Een sprookjesachtig verhaal over een kind dat op vroege leeftijd door zijn vader werd verlaten, heeft heel duidelijk een link met zijn eigen leven: zijn eigen vader overleed toen Kneppelhout vier jaar was en net als de jongen in het verhaal groeit ook hij op met ander vaderfiguren. Een ander verhaal gaat alweer over een hoofdpersoon die zijn vader niet gekend heeft, maar tegelijkertijd over de heimwee naar voorbijgegane vriendschappen. In een ander verhaal lezen we over een meisje dat we nu autistisch zouden noemen, mogelijk een verhaal uit zijn omgeving waar hij door gefascineerd raakte. Het verhaal Dageraad gaat over een bijna bijbelse bergwandeling van een vader en een zoon, waarbij de vader bij de schijnbaar gevoelloze zoon het hart probeert open te zetten door de pracht van de natuur in de Alpen. En tot slot lijkt Kneppelhout zich in meer of mindere mate te hebben herkend in een waar gebeurde vandalistische daad: het vernietigen van de Portland-vaas in Londen. Bij wijze van verklaring beschrijft hij het leven van een rijke, verwende en daarom ook uitermate verveelde jongeman die zijn studie misschien niet afgemaakt heeft. Hij lijkt bijna de spot te drijven met een karikatuur van zichzelf. Uiteindelijk blijkt de verveling de oorzaak voor een daad van vandalisme in een museum te Londen.
In één adem een vaas vernietigen kan iedereen, maar Kneppelhout is een van de weinigen die een vermakelijk verhaal kan schrijven om dit soort alledaagse dingen op een soms onalledaagse manier te verklaren. En dat in een verhaal dat je ook nog eens in één adem uit leest.  

Geen opmerkingen:

Een reactie posten