vrijdag 16 april 2010

Ik praat tegen je..

Heb je het tegen mij? vroegen haar quasi-onzekere ogen, snel en onrustig om zich heen blikkend, achter haar. Het was logisch geweest in een ruimte met veel mensen, maar we waren alleen. Just you and me, en ik praat niet tegen mezelf waar anderen bij zijn. Or so I like to tell myself.

Are you talking to me? Een vraag die niet alleen in één specifieke film wordt gesteld, maar de hele dag door, en door iedereen. Als een zender ons niets te zeggen is, zappen we door. Als een krantenkop je niet aanspreekt en het bijbehorende plaatje ook niet, scan of blader je door naar het volgende beeld dat je opvalt. Als de presentators op de radio elkaars grappen interessanter vinden, zoek je naar een zender die wel muziek draait, of je pakt je iPod. Als dates niet tegen ons praten, of wel praten, maar hun album- of nog erger: hun single - lijkt op repeat te staan, en absoluut geen aandacht hebben voor wat er zich in jouw hoofd afspeelt, zoeken we naar het eject-knopje van de cd-speler. Ja, of we blijven hopen dat het toch nog goed komt, dat we in Disaster-date zitten en het equivalent van 60 dollar winnen, of op z’n minst met Frans Bauer in Bananasplit op tv komen. Maar dan zijn we zelf ook weinig meer bezig met wat die date ons te zeggen heeft. De enige boodschap is op dat moment dat het ons niet boeit, maar we denken allemaal dat we heel goed zijn in het doen alsof.

Met een overvloed aan verscheidenheid van onderwerpen of beelden die ons boeien, is het makkelijk om los te laten en op iets anders over te schakelen. Er zijn genoeg mensen die iets te zeggen hebben, maar nog meer mensen die niet nadenken over wat er gezegd wordt. Voor die mensen is het alleen belangrijk hoe iets wordt gezegd en dat het inderdaad tegen hen wordt gezegd. Het moment dat ze zich gaan afvragen of iemand het woord inderdaad tot hen richt is funest. Het moet vanzelfsprekend zijn.

Toch zijn er mensen die het niet willen geloven. Dat iemand inderdaad enkel en alleen tegen hen zegt. Zij is er één van, maar ik hoor jou nu ook twijfelen. Zou hij het enkel en alleen tegen mij hebben?

Ik heb het tegen jou, antwoord ik. Uitdagend, bijna spottend kijkt ze terug. Alleen al met haar ogen vertelt ze de verhalen die ze eigenlijk niet vertellen wil. Ik moet haar verleiden, haar overtuigen dat ze moet luisteren, en dat ik naar haar zal luisteren, dat ik al luister met mijn oren, mijn ogen, mijn neus, mijn mond, elke vezel van mijn lichaam. Je weet niet half hoe blij je me maakt dat je in mijn leven bent. Moulin Rouge, How wonderfull life is... niet origineel, maar de woorden zijn er al uit voor hij er erg in heeft. Het was erger geweest als hij er helmaal niets van meende, of als zijn houding iets zou laten blijken van desinteresse. Maar zijn houding en zijn übersprankelende ogen spreken boekdelen, bibliotheken bijna. En niet alleen zijn stem, maar zijn hele lijf meent wat hij zegt. Jij maakt me zo blij.

Hij wil nog iets zeggen, maar ze legt haar vinger op zijn lippen. Ze gelooft hem, haar onzekerheid was maar schijn, een spel. Hij sluit zijn ogen en wacht tot het spel verder gaat. Het enige wat hij hoort, is een melodie. Maar de woorden zeggen hem iets anders dan wat ze betekenen. Tell me lies, tell me sweet little lies. Met leugens heeft het echter geen lettergreep meer te maken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten