zondag 18 april 2010

Heimwee bij een enerverend haardvuur

Sommige boeken lezen als herinneringen die je niet hebt meegemaakt; heel gedetailleerd staat beschreven wat je zelf misschien wel had kunnen ervaren. Andere boeken voelen als herinneringen en Familie en Kennissen van François HaverSchmidt (1835-1894) is daar een voorbeeld van. En zelfs als je met deze verhalenbundel in je hand de afzonderlijke vertellingen niet ‘beleeft’, bestaat er een grote kans dat je je even in een gezellige huiskamer waant, bij een aangenaam opgestookte open haard, naast dat ene familielid dat zo mooi kan vertellen over vroeger. Deze anders zo uitgeputte oom of tante leeft helemaal op en bij tijd en wijle is het zelfs of de hele kamer gevuld is met de ten tonele gevoerde familie en vrienden.
De haat voor de tandarts, de begrafenisstoet die hij ziet al rijdend in een ruituigje, de preoccupatie die hij als kind met insecten had, de ongelukkigen met Sinterklaasavond; het komt allemaal voorbij en het blijft boeien. Het geheim van spannend vertellen zit in de kleine dingen en dat weet HaverSchmidt als geen ander. Dat betekent echter niet dat hij langdradig is, integendeel. Met een veelheid aan details moet je zelfs uitkijken dat je de draad niet kwijtraakt. De verteller is enerverend en beschrijft alles wat voor hem op dat moment van belang is. Hij weet je aandacht te vestigen op die zaken waar normaal helemaal niet de aandacht op gevestigd wordt en doet dat met een grote dosis humor, die ontstaat doordat hij de situatie tegelijkertijd belachelijk maakt en relativeert. Misschien dat de woorden van de schrijver zelf, ter inleiding van één van zijn verhalen, dit beter kunnen illustreren: ‘Het is haast niet de moeite waard, maar voor mij was het toch een gebeurtenis van belang, en zoo komt het dat ik het graag eens oververtel. Misschien ook, dat dit er het aardige van is, dat het zoo weinig beteekende en dat het mij nu toch, na zoovele jaren nog, pleizier doet het mij te herinneren.’
Een andere verdienste van de stijl dit boek is het inlevingsvermogen van de verteller. Of hij nu iets benadert met ‘groote, geloovige, dankbare oogen van een kind’ of met de ogen van een volwassene, hij blijft geloofwaardig. De wereld van een kind ziet er nu eenmaal anders uit dan zoals diezelfde wereld door grote mensen gezien wordt. Bovendien wordt die geloofwaardigheid - en niet te zeggen: de leesbaarheid - nog eens vergroot doordat HaverSchmidt schrijft zoals hij spreken zou, een praktijk waarvan nog lang niet alle schrijvers in de negentiende eeuw zich bedienden.
Maar de grootste kwaliteit van HaverSchmidt in het algemeen en Familie en Kennissen in het bijzonder is de melancholie. De lezer bespeurt een geheel eigen soort Weltschmerz, een geheel eigen soort spleen. De verteller heeft heimwee naar herinneringen die ook al niet volmaakt zijn. Overal schort er wel iets. En zoals er op elke sinterklaasavond een paar mensen zijn die zich diep ongelukkig voelen, zo voelde hij zich vaak onuitsprekelijk ongelukkig.
HaverSchmidt had duidelijk plezier in het vertellen van deze herinneringen, of ze nu volledig gebaseerd zijn op zijn eigen belevenissen of niet. Maar de galgenhumor of de sombere ondertoon in zijn verhalen blijft. Want wat moet je doen als je alles al gezegd hebt, als al je herinneringen opgehaald zijn? Hoe spannend, enerverend en warm de verhalen ook neergepend zijn, voor de schrijver was dat niet genoeg. Hij nam voorgoed afscheid van al zijn ervaringen door voorgoed en voortijdig afscheid te nemen van zijn eigen leven. Maar gelukkig hebben we zijn hart- en smartverwarmende verhalen nog.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten