zondag 6 december 2009

Dubbellevens in de literatuur

Er bestaat een heleboel intertekstualiteit, dat de tekst van een boek op de een of andere manier verwijst naar een ander boek of een ander werk uit de literatuur en cultuur. Een voorbeeld: Het boek Siegfried van Harry Mulisch. Een boek over een schrijver die op Mulisch lijkt, over de duivel die Hitler is. Connie Palmen schreef enige tijd geleden haar roman lucifer, waar ook een personage in voor komt dat zonder veel moeite geassocieerd kan worden met Mulisch en er word gespeeld met zijn magnum opus, de ontdekking van de hemel. Dat doet Mulisch in Siegfried ook, hij laat zijn schrijvend hoofdpersonage voorlezen uit zijn magnum opus: De Uitvinding van de liefde.

Maar er zijn ook relaties tussen boeken die niet op papier gedrukt staan. Misschien is daar het begrip Tussentekstualiteit op van toepassing. Een voorbeeld: Het boek Siegfried van Harry Mulisch. Iemand had ooit een manuscript bij Harry in de bus gedaan, en claimde dat Harry dit manuscript gebruikt heeft voor Siegfried. Ze is hem vervolgens gaan stalken, avant la lettre, of in ieder geval voordat het strafbaar was. Deze affaire heeft zelfs een aandeel gehad in het ontstaan van het artikel rondom stalking. Boris Dietrich kwam namelijk op het spoor van deze verwikkeling, die zelfs tot een rechtszaak leidde, maar er waren geen wetten rondom dit fenomeen. Dietrich stond aan de wieg van artikel 285b, en laat dat nu net het onderwerp zijn van de debuutroman van Christiaan Weijts. En dan volgt er natuurlijk weer een uitgebreid leesverslag.


Veroordeeld tot een dubbelleven
Wie een dubbelleven leidt, is zich constant bewust van de verschillen en de overeenkomsten tussen beide levens. Sommige begrippen leiden op zichzelf misschien geen dubbelleven, maar doen dat als duo. Ze zijn onafscheidelijk, maar proberen zich constant van elkaar te onderscheiden, als twee kanten van dezelfde medaille. Aanval en verdediging bijvoorbeeld. Of muziek en literatuur. Of de moderne en de klassieke wereld. En voor Christiaan Weijts geldt dat hoogstwaarschijnlijk ook voor romantiek en pornografie.

Sebastiaan Steijn, pianist in hart en handen, is de persoon die in Art. 285b een dubbelleven leidt. Impulsief, vrij en ongebonden, met altijd rode cijfers op zijn bankrekening, doet hij inderdaad denken aan het prototype podiumkunstenaar. Nadat een lange relatie verbroken is, komt hij in een peepshow Diana tegen, en na enkele toevallige ontmoetingen in het drukke Amsterdam begint een intieme relatie met deze vrouw, die in het echt Victoria blijkt te heten. Bijna tegelijkertijd ontstaat er een romance met één van zijn (minderjarige!) leerlingen, achter de piano in zijn eigen huis in het Academiestadje Leiden. Het boek is dan ook ten dele gevuld met aandoenlijke, lieflijke mailtjes en een msngesprek met dit verleidelijke meisje van Italiaanse oorsprong. Het is echter niet deze (Rosa, Rosina,) Rosetta die hem problemen met de rechterlijke macht bezorgt, wat toch geen onmogelijkheid is gezien artikel 245, maar dat terzijde. Het is Victoria die na zo’n twee jaar intensief contact niet langer gediend is van zijn lyrische smsjes, literaire voicemailberichten of met zorg samengestelde mailtjes. Ze doet aangifte voor stalking (lees: stelselmatig en opzettelijk inbreuk maken op eens anders persoonlijke levenssfeer) en dat komt al meteen in het eerste hoofdstuk op de lessenaar van Sebastiaan en de lezer. Hij is zowel verteller als zijn eigen advocaat en neemt daarom voortdurend afstand van zijn eigen ik door de term verdachte te gebruiken. Het boek is één grote verdediging (of toch een Multatuliaanse bekentenis: Ik Sebastiaan Steijn, neem de pen op en schrijf u een bekentenis.?). Maar aangezien aanvallen soms inderdaad de beste verdediging is, doet hij dat ook, al houdt hij dat over het algemeen redelijk bedekt. Dat doet hij door zijn relatie met Victoria af te schilderen, volledigheid van de problematische feiten is vereist. Zij - Het is heel gek. Ik ken je nu pas een paar uur, maar ik heb echt het gevoel dat ik je beter ken dan wie ook. - neukt erop los, maar een vrijpartij met Sebastiaan zat er niet in. Victoria is zelfs preuts als ze dan eindelijk samen een nacht doorbrengen; ze vindt het lastig om zichzelf bloot te geven aan die ene persoon die juist op gelijke voet met haar staat. De relatie met Rosetta, met wie Sebastiaan wel de geneugten van het neuken deelt, loopt ondertussen stuk. Uiteindelijk spreekt Victoria snotterend de woorden: Als je niet gelooft dat ik van je hou, dan wil ik ook heus wel een keertje met jou neuken. Dat gebeurt, maar hun intieme relatie krijgt toch een onwelkom einde, wat de aanleiding is voor het stalkgedrag van Steijn. Omdat hij, kort gezegd, zijn klankbord kwijt is.

De wereld van het recht moet wedijveren met die van de muziek. Dat merkt de lezer niet alleen door de inhoud van de tekst, maar ook door de opbouw. Het boek is grofweg verdeeld in Lid 1 en Lid 2 van wetsartikel 285b, en beide leden hebben respectievelijk 17 en 12 hoofdstukken. Lid 1 gaat over het misdrijf zelf, lid 2 stelt dat vervolging pas plaats kan vinden bij aangifte, en dat is dan ook waar het tweede lid mee begint. Daarnaast vinden we drie cursief afgedrukte stukjes tekst, die gaan over de clavecimbeloefeningen van Scarlatti, die hij voor Maria Barbara schreef, die in haar ogen barbaars klinken, veel te modern. Ook gaan ze over de spanning tussen leraar en zijn leerling, de plaatsing van de handen op de clavecimbel, het advies: toon u meer menselijk dan kritisch, en Liszt die de Essercizi in handen krijgt. Deze teksten delen de tekst in drieën en ook deze ordening geeft een leidraad voor de inhoud van deze delen; in elk deel wordt letterlijk ingegaan op de cursieve stukjes en de vergelijkingen met het leven van Sebastiaan zijn ook niet ver te zoeken. Vooral het gebrek aan bronmateriaal valt me op; het is niet te bewijzen dat Scarlatti daadwerkelijk een affaire had met Maria Barbara, net zoals dat de voorgeschiedenis tussen Sebastiaan en Victoria - en van de relaties van Victoria - buiten beschouwing wordt gelaten in de behandeling van de aanklacht. Vet arelexed is dat, zoals Victoria dat zou zeggen.

Muziek wordt verbonden met liefde, met dans, pianospel met het aanraken van het lichaam een vrouw. Verdachte vraagt zich af wie er nu de macht heeft in dat spel, duidelijk is dat muziek en passie elkaar opzwepen. Sebastiaan heeft een muze (of twee) nodig voor zijn Scarlattivariaties, waarbij het ook onduidelijk is wie er wie nu in zijn macht heeft: Liszt Scarlatti, of Scarlatti Liszt? En in feite is de relatie tussen literatuur en muziek er ook één waarin beiden elkaar voortdurend stalken. Dat staat niet letterlijk in het boek, maar het is en blijft literatuur over muziek.

De machtsstrijd tussen Liszt en Scarlatti refereert aan een ander motief, dat van de oude en de nieuwe wereld. Niet alleen een zekere Oud & nieuwviering speelt een belangrijke rol, maar ook verleden en toekomst. De wereld van Rome, de Oudheid wordt neergezet als tegenovergesteld aan de wereld van het altijd bruisende Amsterdam, van het millennium van de vrouw. Kort komen twee verlangens om de hoek kijken die hier iets mee te maken hebben: hoop en heimwee. Heimwee is het verlangen naar iets van vroeger, hoop naar iets in de toekomst. Maar niet alle moderne veranderingen zijn volgens Sebastiaan te prefereren. De ik-verteller noemt in dit verband - maar zonder er verder de nadruk op te leggen - de gebeurtenissen op die ene 11 september en die ene 6 mei. en hij is dan ook graag in Italië om die klassieke, mediterrane sfeer te ademen. Echter, net zoals de keuze voor Italië nooit definitief is, blijft hij een hele tijd schipperen tussen de jonge, jeugdige Rosa en de volwassenere Victoria, in zoverre dat ze precies weet hoe ze mannen moet bespelen, hoe ze hem in hun macht moet houden. Beide staan voor een bepaalde wereld, de klassieke, overwegend romantische wereld, en de huidige, moderne, pornografische wereld. Het is voor mannen altijd schipperen tussen Tristan en Casanova. Hoe dan ook, ook klassiek en modern beïnvloeden en definiëren elkaar dus.

Tussen twee werelden is altijd een verbinding. Sebastiaan treint tussen zijn schatjes en stadjes Amsterdam en Leiden, met Schiphol als scharnierpunt. Maar Schiphol is ook een ander scharnierpunt, namelijk dat naar Italië. Het reizen in een vliegtuig verdient niet zijn voorkeur, zijn vliegangst drinkt hij weg omdat hij nu eenmaal de behoefte heeft om van een andere wereld te vluchten. Maar is dit een doelbewuste keuze voor een bepaalde wereld, of een vlucht van iets anders?

Het thema moet wat mij betreft dan ook vooral gevonden worden in de onmogelijkheid van het vinden van een perfecte, gulden middenweg, of anders geformuleerd: in de onverenigbaarheid van tegenstrijdige verlangens. Steijn kan of wil niet kiezen tussen Rosetta en Victoria, tussen romantisch kaarslicht en rood neonlicht, en is daardoor tot zijn dubbellevens veroordeeld, tot er voor hem gekozen wordt. Hij heeft de macht niet in handen, hij wordt geregeerd door de muziek of door zijn muzen.

Of de overeenkomsten met de werkelijkheid werkelijk berusten op moedige pogingen van het toeval, vraag ik me af. Daarnaast vind ik het te betwijfelen dat schuld gezocht moet worden in het noodlot, tenzij onze verlangens inderdaad volledig noodlottig en onveranderlijk zijn. Is Steijn nu slachtoffer of toch dader? Hoe dan ook een boek dat na het slotakkoord (en de K. 87) nog lang blijft nagalmen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten