woensdag 16 december 2009

Begrafenis in stilte

Recensie Boven is het stil

Gerbrand Bakker beschrijft ergens in zijn roman een scène die ik dit jaar twee keer heb meegemaakt, precies op de plek die Bakker noemt. Ik heb het over een begrafenis in Venhuizen. Ik zie de pastoor weer, ik hoor het koortje zingen, ik maak de wandeling achter de kist weer mee, ik kom weer op de ingetogen begraafplaats waarop ik me gevangen voel, en ik drink weer de koffie na de begrafenis. De broodjes die bij mij geserveerd werden, ruil ik in mijn fantasie met veel gemak in voor een plakje kleffe cake.

Er zal vast ergens een Arie liggen op die begraafplaats, misschien is het niet de melkrijder, misschien wel, maar ik zal niet naar hem op zoek gaan. Als ik al op die begraafplaats ben, zal ik er zijn voor mijn opa, mijn oma en een aan kanker gestorven tante. Niet met plezier, wat niet zozeer ligt aan de aard van mijn bezoek, maar aan de begraafplaats zelf. Een open vlakte, maar dan wel aan alle kanten omheind met een hoge heg. Vanuit de ene hoek kun je met gemak zien wie er aan de andere kant knielt of wandelt. Geen grote, oude, statige bomen die het zicht verbreken. De poging tot een kunstwerk in het midden van de veel te rechthoekige vlakte vergroot mijn onbehagen. Koud, kil, kleurloos. We komen in de eerste plaats op begraafplaatsen omdat we dat willen, niet omdat ze mooi zijn. Toegegeven, sommige begraafplaatsen zijn mooier dan andere, maar ze worden pas mooi, betekenis- of waardevol om de stoffelijke resten die er liggen.

Boven is het stil is in zekere zin als die begraafplaats, voor mij in ieder geval wel. De toon van het boek is net zo nuchter, net zo ingetogen, net zo met beide benen op de grond - bijna zelfs in de grond - als de sfeer daar. En niet alleen de toon is alles behalve hoogdravend en bescheiden, ook het hoofdpersonage heeft nooit de moeite gedaan om te kijken achter die hoge heggen die zijn leven omheinen. Het lijkt bijna alsof Helmer van Wonderen zijn lot heeft geaccepteerd. Zo rustig, sereen, eentonig en overzichtelijk als de begraafplaats in Venhuizen is, zo is het leven van Helmer. En de zaken die iets voor hem betekenen zijn net zo weggestopt als de lichamen van de dierbare overledenen daar.

Helmer is een boer die eigenlijk geen boer wilde zijn en geen boer hoorde te zijn. Zijn vader had altijd gedacht dat Helmers tweelingbroer Henk het bedrijf zou overnemen. Henk en Helmer waren onafscheidelijk, maar Henk had meer hart voor de zaak volgens die stugge, hen mishandelende vader. Die onafscheidelijkheid stopt zodra Henk een vriendin krijgt, Riet. Deze Riet gooit vervolgens in 1967 roet in het eten door een ongeluk te veroorzaken: met Henk op de bijrijdersstoel in de auto raakt ze te water. Zij kan het navertellen, Henk niet. Helmer moet van zijn vader stoppen met zijn studie Nederlands in Amsterdam, om voor de dieren te gaan zorgen.

Het verhaal begint jaren later. Helmer heeft ezels gekocht, zijn moeder is overleden, de buurvrouw Ada komt zo af en toe langs, haar twee zoontjes Teun en Ronald spelen soms op zijn boerderij. Het boek begint als hij zijn vader naar boven doet. Hij doet voor zijn vader alleen de dingen die strikt noodzakelijk zijn, hem wassen, zijn bed verschonen, eten brengen. Bijna emotieloos wordt alles beschreven, waardoor de lezer gaat zoeken naar wat erachter zit. Misschien juist omdat je gevoelens gaat invullen, komt het boek zo geloofwaardig over, ook al is het fictie.

Helmer is zijn vader zat. Het verhuizen van zijn vader lijkt het begin te zijn van een reeks veranderingen. Eindelijk voelt Helmer zich vrij om alles wat hem aan vroeger doet denken de deur uit te doen. De gordijnen worden vervangen voor de luxaflex. De vloerbedekking gaat eruit en de vloer krijgt een likje verf. De schilderijen, planten en fotolijstjes gaan of het huis uit, of verdwijnen in de kamer van zijn vader. Na decennia slaapt Helmer in een tweepersoonsbed, met twee kussens. Er is weer ruimte in het leven van Helmer. Maar het melken van de koeien blijft, de schapen en de ezels blijven ook deel uitmaken van zijn bestaan.

Dan zoekt Riet opeens contact met hem. Vader van Wonderen had haar voorgoed weggestuurd na de dood van Henk, wat haar altijd op een vervelende manier bij is gebleven. Ze wil langskomen, maar eigenlijk pas als vader dood is. Voor Helmer is zijn vader zo goed als dood, dus hij liegt en Riet komt langs. Ze praten, maar naar hoe hij alles ervaren heeft wordt niet gevraagd. Riet is getrouwd, heeft kinderen, en haar man is onlangs overleden. Pas bij het afscheid lijkt de werkelijke reden van haar bezoek uit de mouw te komen. Haar zoon, die misschien niet toevallig ook Henk heet, moet maar eens wat meer discipline krijgen, misschien dat hem dat bij Helmer zou kunnen lukken, op de boerderij. Een tijdje werken, zodat Helmer niet alles meer alleen hoeft te doen.

Helmer stemt in, Henk komt, Henk rookt, Henk wil een tv, Henk wil geld, Henk blijft regelmatig in zijn bed liggen. Voor Henk kan Helmer niet meer verzwijgen dat zijn vader nog leeft, of ligt te sterven. Henk bouwt een band op met zowel Helmer als de oude man op bed. Voor Henk koopt Helmer een tv, en wijn, voor bij het eten. Riet ontdekt via Henk dat de oude Van Wonderen nog leeft, eist dat haar zoon weer vertrekt bij die leugenachtige, onbetrouwbare Helmer. Henk zit er voorlopig nog prima, hij wil niet terug, ook al is hij aangevallen door de bonte kraai die zich al een tijdje rond het huis ophoudt, de bonte kraai waar de man op bed zo bang voor is, het is een teken dat hij gaat sterven, vindt hij.

Hij wil ook sterven en geeft dan ook op een gegeven moment aan niets meer te willen eten. Hij vraagt enige tijd later of Henk de bonte kraai in de es neer wil schieten, met het geweer dat al ergens aan het begin genoemd is. Henk doet een poging, maar het lukt niet. Hij kondigt aan toch te vertrekken naar het zuiden. Als Henk weg is, sterft Helmers vader, omdat hij na dagen niet eten een gekookt ei op heeft zitten peuzelen. Helmer koopt shag, probeert sigaretten te draaien en rookt bij de kist van zijn vader. Nog voor zijn vader wordt begraven, komt Jaap opeens opdagen. Jaap, de knecht die vader Van Wonderen ooit ook wegstuurde, de knecht bij wie Helmer zich begrepen en op z’n gemak voelde, de friese knecht die hij in al die tijd niet heeft gezien.

Met die voormalige knecht gaat hij naar Denemarken, ook al een terugkerend idee in het boek. Het boeren is verleden tijd, eindelijk gaat Helmer zijn droom (en Jarno Koper) achterna. Eindelijk kan hij het verleden volledig loslaten. Eindelijk accepteert hij zichzelf en zijn gevoelens. Eindelijk doet hij wat hij zelf wil, in plaats van wat hem wordt opgedragen.

Het zijn 56 hoofdstukken, verdeeld in vier ongelijke delen, vier periodes bijna. De eerste periode doet Helmer zijn vader naar boven, de tweede periode komt Riet op bezoek en komt Henk bij hem wonen. Dat deel eindigt als Helmer in de sloot ligt te verdrinken, een schaap bovenop hem zodat hij geen kant op kan, en Helmer vreest dezelfde dood als zijn broer. In het derde deel blijkt dat Henk hem gered heeft en dat Riet erachter is gekomen dat de oude van Wonderen nog leeft. Henk gaat weer terug en Helmers vader sterft. In het vierde en kortste deel is Helmer met de oude knecht in Denemarken. Ze zijn vrienden, waarschijnlijk meer dan gewoon vrienden, al is het de kracht van dit boek dat er niets wordt uitgelegd. Ook over die relatie niet.

Een boek over een puberende boer, een late puber weliswaar, maar wel eentje die tegen zijn vader in opstand komt. Een oude boer die nooit een vrouw heeft gehad en daar waarschijnlijk nooit de behoefte aan gehad heeft. En een boek over tijd, over verandering, over aanpassing, een zoektocht naar voltooiing. Een boek over ongemak, over naderend onheil, over wegkwijnen en verdwijnen. Vooral ligt de nadruk op verandering, wat er daarover gezegd wordt is volgens mij dat er ruimte moet zijn voor verandering, maar dat je die ruimte ook zelf kunt maken. Iets wat Helmer uiteindelijk doet.

Dit boek is de grafsteen van Helmers verleden, een verleden geleefd in stilte en eentonigheid. Een boek over het verlies van zijn broer, zijn moeder, zijn bijna-schoonzus, zijn vader. Een boek over de dood dus, een boek over afscheid nemen, een boek waarin een man zijn verleden begraaft, maar wil bewaren. Een stille begrafenis, gedegen en vol gevoel. En die gevoelens zien we zonder dat erover verteld wordt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten