zaterdag 14 november 2009

Het licht dat schijnt


Lucifer betekent oorspronkelijk niets meer en niets minder dan ‘lichtdrager’. Soms werd het vertaald als ‘morgenster’ en werd het gebruikt om naar Venus te verwijzen. Enkele verkeerd of overhaast gelegde verbanden leidden tot vergaande interpretaties, die weer een bron van inspiratie waren voor vele schrijvers. In apocriefe bijbelboeken en andere bekende werken is het verhaal van Lucifer verder uitgewerkt: de trotse engel, die uit liefde voor god, uit trots of uit hoogmoed zich tegen de mensheid keerde, en daarvoor gevallen is. Volgens sommigen zelfs de duivel in hoogsteigen persoon. Lucifer komt voor in Dante’s Divina Commedia, Vondels tragedie Lucifer, Miltons Paradise Lost. Lucifer komt voor in mijn eigen boeken, al wil ik me niet meteen bij de groten plaatsen. Waarom putten zoveel schrijvers inspiratie uit deze duistere bron? Misschien omdat Lucifer, naast God, bij uitstek het fictieve personage is dat tot de verbeelding spreekt

Ook in de roman Lucifer van Connie Palmen, een verhaal in vijf bedrijven, speelt het duivelse personage zijn rol. Een verhaal rondom de tragische dood van Clara Wevers, tijdens haar vakantie met Lucas Loos en hun zoontje, een vriendin en haar zoon, in 1981. Of eigenlijk het verhaal over de zoektocht naar de betekenis van een zin over die dood: ‘Onze engel is gevallen.’

De vertelster is gefascineerd geraakt door die zin, en op een dag in Amsterdam schuift ze in het eerste bedrijf aan bij een gezelschap dat haar meer kan vertellen over de speculaties over de toedracht van de dood van deze Clara. Alle aanwezigen uiten hun vermoedens, vertellen over de relatie tussen Loos en Wevers, maar het fijne weten ze er niet van. Het tweede bedrijf speelt op Skyros, rondom een vakantiehuisje. Midden in de nacht valt Clara van een terras op de rotsen, in het bijzijn van Lucas en twee amerikaanse studenten. De studenten hebben beiden niets gezien, Lucas stond vlakbij en verklaart tegenover de politie dat ze haar evenwicht verloor, zittend op de balustrade. Vrienden in Amsterdam worden gebeld. In het derde bedrijf zijn we in Amsterdam en krijgen we te lezen wat het nieuws daar veroorzaakt, in het bijzonder bij visagist Robin Hofman, journalist Rafaël Delaporte, musicus Herman de Vos en tekstschrijver Albertus Prins. Deze personages zijn allen op hun manier bezig met echt en imitatie, met het lezen van een oeuvre, het uitvoeren ervan, of ze werken eraan mee. Ook in het vierde bedrijf komen deze personages aan het woord, dit keer op de dag van de begrafenis. In het vijfde bedrijf zijn we weer in 2005, en is de vertelster in gesprek met Rafaël, De Vos en de Prins, nog steeds over de werkelijke toedracht 24 jaar geleden op het griekse eiland Skyros.

Zowel de ruwe opzet als de titel doet denken aan Vondels treurspel. Ook dat zou volgens sommigen een sleutelroman zijn, over de toenmalige oorlog met Engeland, etc. Voor het schrijven van de roman heeft Palmen met talloze mensen gesproken over componist Peter Schat en zijn partner Marina Schapers over de dramatische gebeurtenis op 26 juli 1981. Samen met de literatuurlijst hebben we daarmee hebben we een sleutel waar we een aardig eind mee komen. Naast Schat en Schapers kwam ik zelf al snel op de volgende namen: Kitty Courbois, Hugo Claus, Harry Mülisch, Gerrit Komrij, Jan Hein Donner Donner, Floris Guntenaar, Reinbert de Leeuw, Annemarie Grewel, Mischa Mengelberg, Vera Beths, Lucia Meeuwsen. Zelfs de stukken die Schat heeft gecomponeerd hebben een andere naam. Labyrint wordt Doolhof, Symposion wordt Tribunaal. Zelfs de zin die de vertelster meer dan 25 jaar zo fascineerde, is niet letterlijk overgenomen. De zin die in de krant stond was namelijk: Onze mooie wilde vogel is gevlogen. Maar bij nader inzien is het toch niet gewoon ‘van koffie thee maken’. Ten eerste is het zo nadrukkelijk open en bloot een sleutelroman dat daar meer achter moet zitten. En juist de personages die het meest aan het woord zijn, lijken geen eenduidige en sluitende sleutel te hebben. De Prins, Delaporte, Puck lijken verder van de werkelijkheid te staan dan bijvoorbeeld Lucas en Clara. Hier is een schrijfster bezig geweest, die haar personages naar haar eigen hand heeft gezet.

Lucifer is namelijk geen whodunit, maar een verhaal over interpretatie, onze behoefte daaraan en de problemen daarbij. Het verhaal over Lucas en Clara is daarom ook niet het doel, maar een middel om over duiding, betekenis en zingeving te schrijven. Natuurlijk speelt het een rol of Clara zelfmoord pleegde, door Lucas is vermoord, of simpelweg pech heeft gehad en te dronken was om haar evenwicht te bewaren. Maar het speelt slechts een rol als voorbeeld, als gespreksonderwerp. Juist de dubbelzinnigheid, de meerzinnigheid die een interpretatie mogelijk maakt, daar gaat het om.

Voor schrijvers bestaat er namelijk geen toeval. De personages gebruiken allemaal hun eigen kennis, hun eigen kaders, maken hun eigen vergelijkingen, hun eigen mythologiseren en leggen hun eigen verbanden. Een moordenaar kan verborgen zijn in een blik, maar dat is misschien dan de blik, de visie, de zienswijze, de interpretatie van een derde, iemand die een ander als moordenaar opvoert. ‘Kennis komt voort uit het leggen van verbanden tussen schijnbaar losstaande feiten.’ ‘Kennis maakt schuldig.’ En als ‘je eenmaal iets weet, kun je het niet niet meer weten.’ Gekoppeld aan de vooronderstelling dat alles in een oeuvre betekenis heeft, en dat componisten meer dan wie ook een voorspellende gave hebben, lezen verschillende vrienden van Lucas iets in zijn werk, dat ze niet willen lezen, maar daarna maar moeilijk kunnen ontkennen. En zo gaat het precies met interpreteren.

Ook de traditie waarin Lucifer staat houdt Palmen hoog, al zijn de knipogen ook hier zo vet dat ze doen vermoeden dat ook de intertekstualiteit maar een deel van de vermomming is. Aankleding die de lezer bijna afleidt van waar het misschien werkelijk om gaat. Lucas is een woeste engel, met goudgele krullen, leeuwenkop, of een tweekoppige draak. Zowel de draak als de leeuw vinden we bij Vondel terug in verband met Lucifer. Ook wordt hij een demonische engel genoemd, een hemelbestormer, een trotse rebel. Hij organiseert zijn eigen excommunicatie. Het vijfde bedrijf is op meerdere manier zijn val: zijn vrienden verraden hem in principe door wat ze in zijn werk schijnen te lezen, de leden uit de Kring hebben hem laten vallen, en als hij dood is, wordt hij ook uit zijn hemel naar de aarde getakeld. Ook Clara is een engel, een lastige, lieve, spilzieke, gekwelde engel, die ook valt. Maar valt ze uit de hemel of uit de hel? De verwijzingen naar hel en hemel zijn zo talrijk dat het een soort van zelfspot wordt. Lucas en zijn vrienden worden hemelbestormers, die zich zweverig afsluiten voor het hier en nu. Componisten worden goden; musici, regisseurs en acteurs worden boodschappers (engelen?) van de goden, die hun oeuvre zo goed mogelijk moeten interpreteren. Twee pagina’s zijn te kort om het ook nog uitgebreid over: ‘Die cel is een hel’, de hemeltrap, het verbranden van de dagboeken en de brieven, de Satanskerk, de Hell’s Angels en Lucas’ hang naar het occulte te hebben. Nog één in dit verband belangrijk citaat uit het boek is de volgende: De schrijver is de duivel die elke gedaante aanneemt en daardoor ongrijpbaar wordt. De kritiek dat Palmens boeken altijd over haarzelf gaan, geldt ook voor dit boek, al zie ik het niet als kritiek.

De vergelijking met Lucifer is niet de enige vergelijking in het boek. Clara is net zo authentiek als Marilyn Monroe, en de gelijkenissen tussen Lucas en Claude Vivier, Richard Wagner, Tsjaikovski, Achterberg en Houdini spelen ook allen een rol. Niet alleen Lucas en Clara, maar ook Skyros is door mythen omgeven: het eiland waar Achilles rondliep als vrouw, en Theseus door de koning van de rotsen geduwd.

In verband met Houdini staat de vriendschap en het verraad tussen Loos en Keller, of eigenlijk tussen Schat en Mülisch. Gespeeld wordt ook met Mülisch magnum opus: De ontdekking van de hemel. Schat schreef het lees- en leerboek Het componeren van de hemel, wat Palmen zelfs De compositie van de hemel noemt. De naam Otto lijkt op Onno (Quist) en heet Quint niet ook zo omdat bij Quinten ook onduidelijk was over wie zijn vader was? Mede hierdoor rees er bij velen het vermoeden dat het boek onder andere een aanklacht is tegen onder andere Mülisch, maar Palmen heeft misschien meer gemeen met de ‘grote één’ dan dat ze zich ertegen afzet. Vooral de filosofische grondslag in hun boeken is belangrijk. Wie weet er bijvoorbeeld dat Symposium van Plato (waarin het verhaal van Diotima wordt verteld en Agathon als tragedieschrijver aan het woord is) niet alleen over de liefde gaat, maar ook over het kenvermogen? En draait het daar ook niet om in Lucifer? En is het toeval dat Also sprach Zarathustra, Tod in Venedig en de bijbehorende film Death in Venice, en Doctor Faustus niet alleen boeken zijn, maar ook tot opera’s en muziek zijn bewerkt? En hoe zit het met Mephisto, met Who’s afraid of Virginia Woolf, met de duivelstrillersonate van Tartini? De intertekstualiteit - die in dit boek zeker ook de muziek omvat - spreekt boekdelen, maar natuurlijk nog het meest voor wie de literair-filosofische boeken kent.

Ook Lucas’ eigen muziek en zijn theorie daarover kunnen natuurlijk niet achterblijven in het boek, ook omdat ze passen in het verhaal. Verweven met het behandelen van de klankklok, Lucas’ muziektheorie, spelen ook de getallen 1,2 en 3 een rol. De een staat voor de eenzaamheid, de eenduidigheid, een sluitende betekenis, maar die lijkt er niet te zijn. De twee staat voor de dubbelzinnigheid, de relatie en daarmee de strijd en de worsteling tussen Clara en Lucas. De drie staat voor de harmonie, heden en verleden overbrugd door het kwaad, de ‘diabolo in musica’. U de dood en ik.

Lucifer, een duivels boek over duivels, over het scheppen van zowel verhalen als betekenis, maar eigenlijk zit daar weinig verschil tussen. Een boek over een mysterieuze, tragische dood, maar ook een boek over verdriet en rouw. Een filosofisch boek dat zijn licht laat schijnen over de verschillen tussen liegen en fantaseren, tussen de wereld van de waan en die van de schijn. Echter: dat licht schijnt niet, maar schijnt te schijnen. Of toch niet?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten