donderdag 12 november 2009

Een boek dat niet vergeten wil worden

In het boek zegt Maria het meer dan eens: het hoofdpersonage uit de roman Siegfried is lastig te volgen. Vooral als hij eenmaal op dreef komt. Schrijver Rudolf Herter, en daarmee natuurlijk uiteindelijk Mulisch zelf, weet iets te veel over zowel de geschiedenis als de filosofie. Voor hemzelf heeft alles betekenis, voor de minder geschoolde lezer is vooral duidelijk dat de filosofische passages inderdaad betekenis hebben voor het personage zelf. Het groteske mirakel van het niets, van het totaal andere van Nietzsche, van de absoluut logische antichrist. Van het zwarte gat zonder subject. Het onderscheid tussen object en subject, het willen verklaren of ‘verstehen’ van Hitler; veel onderwerpen uit het boek zijn vrij makkelijk te koppelen aan een bepaalde filosofische stroming, en met name dan de uitspraken van filosofen uit de geesteswetenschappen. Als we Herter moeten geloven, behoort hij tot de grote geesten, hij is namelijk iemand die vooral over ideeën praat, en in mindere mate over gebeurtenissen en mensen.

Het is een boek over de erfelijke belasting. Wat Rudolf erft en nalaat is belangrijk. Aan de ene kant vraagt hij zich in het begin af of je ook geuren, steden en herinneringen erven kunt, en gaat het kort over zijn literaire voorouders. Aan de andere kant gaat het om zijn eigen zoon Marnix, en natuurlijk om de zoon van Hitler, die op elkaar lijken, zo schijnt het op basis van karakter en opmerkingen. Wie zijn literaire zoon is, dat zou Herter niet weten.
Maar Herter laat ook iets anders na. Het verhaal, het boek Siegfried zelf. Boeken zijn in zekere zin ook kinderen van schrijvers. Misschien is Siegfried dus meer een ‘filiosofisch’ dan een filosofisch boek. En eigenlijk is het niet Herter die zichzelf met het boek vereeuwigt. Hij had het verhaal over Hitlers zoon in principe zelf ter wereld willen brengen, maar hij sterft zelfs nog voordat Julia en Ullrich Falk, de wettelijke ouders van Siegfried gestorven zijn. De kritische lezer die het verhaal al te letterlijk neemt, zou natuurlijk de vraag kunnen stellen hoe de verteller dan het verhaal te weten is gekomen. Maar dat is juist het spel van de werkelijkheid en de fantasie. Mulisch heeft ons dus misleidt met zijn fantastische fantasie. Hij zet niet (of beter gezegd: niet alleen, niet in de eerste plaats ) Hitler in een gefingeerde, extreme situatie, maar Herter. En hij laat hem vervolgens niet een ondenkbare situatie verzinnen, nee, die leveren de personages zelf aan. Een fantasie van een schrijver over een schrijver gevangen is in fictie. Een schrijver die zich al te veel inleeft in een andere schepper, een andere dirigent, een andere regisseur. Wat misschien te goed lukt vanwege de naamsgelijkenis tussen Rudolf Herter en Adolf Hitler

Ten slotte is het ook een boek over aftakeling en over de dood. Herter is allang niet meer één van de jongsten. Af en toe is hij echt een cynische oude man; de wereld is een zinloze miskraam, een verschrikkelijke vergissing. Alles zal vergeten worden. Bovendien is zijn maag is weggehaald, hij heeft gehoorbeschadiging opgelopen, hij heeft het over een kunstgebit. Hij is snel moe, en kan zijn evenwicht niet langer altijd bewaren. De overeenkomst met Hitler is te mooi om hier niet op te merken; ook al is Rudolf vele malen ouder, Adolf takelde ook zienderogen af in die laatste oorlogsmaanden, wat de verteller ook nadrukkelijk aan de lezer voorschotelt. Maria is voortdurend nodig om Rudolf bij te staan, hem te waarschuwen, hem te manen om rust te nemen. Vooral op het laatst slaat hij deze bezorgde adviezen in de wind, wat uiteindelijk ook zijn einde betekent. Eén van zijn ‘angsten’ is dus werkelijkheid geworden; hij is er niet langer om zijn verhaal na te vertellen.    Maar toch blijft het een boek over drie doden - Hitler, Siegfried en Herter - die ondanks hun dood niet vergeten kunnen of willen worden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten